Let us know how it is going
2.‎1 LEES HET ARTIKEL

Hoe Verdovende Middelen
het Verstand beïnvloeden

Alle verdovende middelen zijn in wezen vergif. Een vergif is iets dat ervoor zorgt dat mensen of dieren ziek worden of sterven als ze het in hun lichaam krijgen. Sommige gifstoffen zijn echter veel sterker dan andere en schadelijker voor iemands gezondheid.

Het effect dat een verdovend middel heeft, hangt af van hoeveel iemand ervan inneemt. Een kleine hoeveelheid werkt als een stimulerend middel (verhoogt de activiteit van een deel of delen van het lichaam). Een grotere hoeveelheid is een kalmeringsmiddel (vermindert de activiteit van een deel of delen van het lichaam). Maar als hij een nog grotere hoeveelheid inneemt, wordt het verdovende middel een vergif en kan het hem doden.

Koffie bevat bijvoorbeeld cafeïne, wat een verdovend middel is. Twee of drie koppen koffie stimuleren iemand. Tien koppen koffie zouden hem vermoedelijk in slaap laten vallen, maar honderd kopjes zouden hem waarschijnlijk fataal worden. Het is niet zo schadelijk, omdat er vrij veel van nodig is voordat het zijn uitwerking heeft. Vandaar dat het bekendstaat als een opwekkend middel.

Arsenicum is een veel schadelijker verdovend middel dan cafeïne en staat bekend als vergif. Toch werkt een minieme hoeveelheid arsenicum stimulerend. Een grotere dosis laat iemand in slaap vallen en een paar korrels ervan zijn voldoende om iemand te doden.

Alle verdovende middelen hebben dus een slechte invloed op het lichaam. Die invloed kan klein zijn of groot. Maar er zijn veel verdovende middelen die ook nog andere problemen veroorzaken, omdat ze een slechte invloed op het verstand hebben.

HET VERSTAND

Om te begrijpen hoe drugs het verstand beïnvloeden, moet je wel iets weten over wat het verstand is en hoe het werkt.

Het verstand is niet hetzelfde als de hersenen. De hersenen zijn gewoon dat gedeelte van het lichaam dat zich in het hoofd bevindt en de zenuwen gebruikt om instructies aan diverse delen van het lichaam door te geven.

Je verstand is wat je gebruikt om te denken, te herinneren en te beslissen. Het bevat opnamen van alles wat jou overkomen is vanaf het allereerste begin van je leven tot nu toe. Met opname bedoelen we een exacte kopie ergens van.

Je verstand maakt opnamen van al jouw gedachten, conclusies, beslissingen, observaties en percepties (dingen die men zich bewust wordt via de zintuigen). Je herinnert je bijvoorbeeld misschien een keer dat er iets gebeurde toen je nog een kind was. Je verstand bevat de herinnering aan die gebeurtenis, die bestaat uit een opname van de dingen die je hebt gezien, gehoord en gevoeld, de conclusies die je bereikte en enige beslissingen die je nam toen het gebeurde.

Deze registraties worden mentale beeldplaatjes genoemd. Mentale beeldplaatjes zijn driedimensionale opnamen in kleur met geluid en reuk en alle andere percepties, plus iemands conclusies of meningen. Deze opnamen hebben hoogte, breedte en diepte.

Bijvoorbeeld, een persoon herinnert zich het ontbijt van vanmorgen. De meeste mensen die deze herinnering terugroepen, zouden een mentaal beeldplaatje van de tafel, het voedsel en de kamer zien. Ze zien in hun verstand de kleur van het tafelkleed en de voorwerpen en mensen in de kamer. Als hun vermogen tot terugroepen goed is, dan zouden ze ook in staat zijn om het voedsel te ruiken en de stemmen van anderen aan de ontbijttafel te horen.

Als ze besloten hadden om nog een kop koffie te nemen, zouden ze zich de beslissing herinneren om die tweede kop te nemen.

Alle percepties van dat moment maken deel uit van het mentale beeldplaatje.

Deze mentale beeldplaatjes bestaan op een bewust niveau, wat betekent dat de persoon zich ervan bewust is wanneer ze worden opgenomen en ze zich na afloop kan herinneren. Er bestaan echter ook mentale beeldplaatjes van dingen die gebeurden toen de persoon geheel of gedeeltelijk bewusteloos was. Die mentale beeldplaatjes bestaan onder iemands bewustzijn. Hij weet niet dat ze bestaan en is niet in staat om ze bewust terug te roepen.

Iemand struikelt bijvoorbeeld en stoot zijn hoofd tegen de muur. Ook al heeft hij zich niet ernstig bezeerd en herstelt hij al snel, was er toch een moment van pijn en bewusteloosheid toen zijn hoofd de muur raakte. Het mentale beeldplaatje van dat moment, compleet met alle percepties is vastgelegd in het verstand, ook al is het dan onder zijn bewustzijn.

Een van de gevolgen van het gebruik van verdovende middelen is dat iemand bewusteloos raakt. De mate waarin hij bewusteloos is, kan groot of klein zijn. Maar iemand onder de invloed van een verdovend middel is zich niet volledig bewust van wat er om hem heen gebeurt.

Laten we bijvoorbeeld zeggen dat een persoon de drug LSD nam. Dit is een krachtig verdovend middel dat iemand het gevoel geeft dat de wereld om hem heen anders is. Het verandert de manier waarop hij ruimte en tijd waarneemt. Hij kan ook last krijgen van waanvoorstellingen, wat dingen zijn die voor hem op dat moment werkelijk zijn, maar in feite niet bestaan. Terwijl hij onder invloed van deze drug is, is de persoon niet volledig bewust. Hij is zich niet volledig bewust van zijn feitelijke omgeving. Maar zijn verstand zou nog steeds alles registreren zoals het gebeurde en zou mentale beeldplaatjes bevatten van de hele ervaring, compleet met de beelden, geuren, gevoelens, geluiden, enz., die zich voordeden.

Laten we zeggen dat hij LSD nam tijdens een rockconcert op een warme zomerdag. Hij maakte een aantal gevolgen mee van het nemen van de drug. Zijn hartslag nam toe en zijn emoties bleven veranderen. Hij voelde zich ook misselijk van de geur van sigarettenrook in de buurt. Ergens gedurende de dag raakte hij gescheiden van zijn vrienden, waardoor hij in paniek raakte en zich angstig voelde. Hij leed ook aan waanvoorstellingen, zoals het “horen” van kleuren en het “zien” van geluiden. Zijn verstand zou mentale beeldplaatjes bevatten van alle ervaringen van de gehele dag, waaronder de waanvoorstellingen die door de LSD werden veroorzaakt.

De mentale beeldplaatjes van de ervaringen van die dag kunnen dan in de toekomst invloed op hem uitoefenen net zoals de drug dat deed toen hij die nam. Als op een dag zijn omgeving overeenkomsten vertoont met de keer dat hij de LSD nam, kunnen de mentale beeldplaatjes actief worden. Dit staat bekend als restimulatie, het actief worden van een vroegere herinnering vanwege het feit dat omstandigheden in het heden overeenkomsten vertonen met omstandigheden in het verleden.

Op een warme dag zou hij buiten wellicht luide muziek kunnen horen. Iemand bij hem in de buurt zou een sigaret kunnen opsteken en de rook in zijn richting blazen. Zijn hart kan dan wellicht plotseling op hol slaan en hij kan zich misselijk voelen. Hij zou zich angstig kunnen voelen zonder duidelijke reden. Hij zou ook opnieuw de waanvoorstellingen kunnen ervaren van het “horen” van kleuren en het “zien” van geluiden. Hij heeft de drug niet opnieuw genomen. Maar de mentale beeldplaatjes zijn gerestimuleerd.

Bij deze gelegenheid waren het gebeurtenissen in de omgeving van de persoon die de restimulatie veroorzaakten. Maar er is nog een manier waarop de restimulatie kan plaatsvinden.

Drugresiduen (een residu is wat er overblijft na gebruik) blijven in het lichaam lang nadat de persoon het verdovende middel heeft genomen. Deze drugresiduen komen vast te zitten in de vetweefsels van het lichaam. Later kunnen ze losraken en weer in actie komen in de bloedbaan, waardoor de persoon dezelfde uitwerking opnieuw ervaart.

Neem nogmaals het voorbeeld van de persoon die LSD nam. Enige tijd later – misschien jaren later – kunnen de residuen van de drug die nog in zijn lichaam zitten, een restimulatie teweegbrengen van wat er gebeurde toen hij de drug nam. Hij ervaart dezelfde gewaarwordingen van een op hol geslagen hart, misselijkheid en angst. Hij weet natuurlijk niet waarom. Hij kan ook mentale beelden gewaarworden van de personen met wie hij samen was en van de dingen die hij in het voorval zag, hoorde en rook. Nogmaals, hij heeft de drug niet opnieuw genomen. Maar deze restimulatie, die steeds opnieuw kan plaatsvinden, laat zijn bewustzijn en zijn bekwaamheden afnemen. Het kan zelfs zijn houding ten opzichte van zichzelf en anderen negatief veranderen.

HET TIJDSPOOR

De opeenvolgende opnamen van mentale beeldplaatjes gedurende iemands leven, wordt het tijdspoor genoemd. Het is samengesteld uit de gebeurtenissen die van moment tot moment door iemand worden ervaren naarmate hij door het leven gaat. Een persoon die verdovende middelen heeft genomen, heeft niet alleen mentale beeldplaatjes van wat er gebeurde in zijn omgeving toen hij die middelen nam, maar ook van wat hij als gevolg van de drug ervaarde. Zijn tijdspoor is zeer verward voor de periode dat hij onder de invloed van het verdovende middel was. De mentale beeldplaatjes van iemands ervaringen nadat ze LSD namen, zouden bijvoorbeeld de waanvoorstellingen bevatten, alsook de gebeurtenissen die daadwerkelijk om hem heen plaatsvonden.

VERDOVENDE MIDDELEN EN HET HEDEN

Personen die onder de invloed van verdovende middelen staan, hebben last van perioden van wezenloosheid en waanvoorstellingen. Hierdoor is de gebruiker niet in het heden.

Het heden betekent “nu”, of de dingen die op dit moment gebeuren. Een geestelijk gezond en gelukkig persoon heeft zijn aandacht in het heden en is zich bewust van zijn omgeving.

Als iemand een ellendig leven leidt, kan het zijn dat hij het gevoel heeft dat het heden te pijnlijk voor hem is om onder ogen te zien. Dus neemt hij verdovende middelen om het te vermijden. Hij kan bijvoorbeeld alcohol drinken om zijn problemen te “vergeten”. Dit trekt hem uit het heden en maakt hem minder bewust, zodat hij niet volledig beseft wat er om hem heen gebeurt.

Het probleem is dat de drugsgebruiker later niet meer volledig terug naar het heden komt, zelfs niet nadat het effect van het verdovende middel lijkt te zijn verdwenen. Hij zit daar dus voor je, blijkbaar in dezelfde kamer als jij, maar eigenlijk is hij er maar gedeeltelijk en zit hij gedeeltelijk in wat eerdere gebeurtenissen. Zijn perceptie van wat er nu gebeurt, raakt vermengd met de mentale beeldplaatjes van toen, toen hij onder de invloed van verdovende middelen was.

Als je iets tegen hem zegt, zal hij proberen dat in te passen in wat hij waarneemt. Maar dat is wellicht niet hetzelfde als wat jij waarneemt. Als gevolg daarvan kunnen zijn activiteiten vreemd of irrationeel overkomen.

Laten we zeggen dat je de vloer aan het schoonmaken bent en je wordt geholpen door iemand die verdovende middelen heeft gebruikt. De gebruiker kan ervan overtuigd zijn dat hij je helpt een vloer te repareren die gemaakt moet worden. Maar je bent de vloer aan het schoonmaken, niet aan het repareren. Dus wanneer je hem vraagt om je de dweil aan te geven, denkt hij dat je bedoelt “geef me de hamer”. En dus pakt hij de dweil denkend dat het eigenlijk een hamer is en probeert die aan je te geven. Maar een dweil is anders dan een hamer. De steel is langer en het gewicht en de vorm ervan zijn niet hetzelfde. Dus hij schat de inspanning die nodig is om hem aan je te geven verkeerd in en stoot de emmer water om die je gebruikt om de vloer schoon te maken.

Omdat iemand die verdovende middelen gebruikt niet in het heden is, maakt hij vaak van dit soort fouten. Het zijn misschien maar kleine foutjes waardoor hij onhandig lijkt te zijn, zoals het omstoten van de emmer water. In het ergste geval kan de persoon krankzinnig zijn. De gebeurtenissen die voor hem duidelijk zijn, zijn volstrekt anders dan wat voor alle andere mensen duidelijk is.

Maar vanuit zijn gezichtspunt zijn het de anderen die stom of onredelijk zijn. Omdat zij in hun daden niet instemmen met wat hij ziet dat er gebeurt, zijn “zij” niet goed bij hun hoofd. Voorbeeld: een aantal mensen is meubels aan het verplaatsen. Voor iedereen, op hem na, zijn ze gewoon meubels aan het verplaatsen. Deze persoon ziet zichzelf “geometrische vormen in een wolk plaatsen”. En hij “maakt fouten”. Aangezien de anderen niet in zijn hoofd kunnen kijken en alleen een persoon als hunzelf zien, snappen ze niet waarom hij steeds fouten blijft maken.

Deze feiten verklaren het vreemde gedrag van iemand die verdovende middelen gebruikt. We kennen allemaal wel van die mensen. De plotselinge opmerking die nergens op slaat en niets te maken heeft met wat er besproken wordt; de wezenloze blik als je een opdracht geeft of een opmerking maakt – daarachter ligt de andere wereld waarin hij leeft.

Zo’n persoon brengt niet alleen het voortbestaan van zichzelf in gevaar, maar van elke groep, of het nu om een gezin, een bedrijf of zelfs een land gaat.

De slechte gevolgen van verdovende middelen houden dus lang aan nadat de persoon ze heeft gebruikt. Het resultaat kan naast de gebruiker zelf schadelijk zijn voor vele anderen. Ook zijn het niet alleen de straatdrugs die het probleem zijn. Medicijnen die bedoeld zijn om mensen te helpen, hebben een soortgelijke uitwerking wanneer ze misbruikt worden.

PIJNSTILLERS

Artsen en anderen schrijven middelen voor tegen pijn, zoals aspirine, kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen. Ze willen daarmee begrijpelijkerwijs de pijn verlichten.

Niemand weet echter precies hoe of waarom deze medicijnen werken of wat ze doen. Dergelijke samengestelde medicijnen komen voort uit toevallige ontdekkingen dat “dit pijn vermindert”.

Deze medicijnen hebben vaak zeer schadelijke bijwerkingen.

Laten we zeggen dat iemand het medicijn kreeg voorgeschreven om pijn of ongemakken te verminderen. Wanneer het medicijn is uitgewerkt of uitgewerkt begint te raken, worden de pijn of ongemakken nog veel erger. Een van de oplossingen die iemand hiervoor heeft, is meer medicijnen. Hij voelt dat hij steeds meer moet nemen om af te komen van de pijn en ongemakken en andere ongewenste gewaarwordingen. Maar naarmate hij door gaat het medicijn te nemen, wordt hij steeds minder in staat om zich goed te voelen en heeft hij steeds meer van het medicijn nodig.

Het is heel normaal voor iemand die verdovende middelen gebruikt, om aanvankelijk seksueel bijzonder opgewonden te zijn. Maar na de aanvankelijke seksuele “kicks” wordt het steeds moeilijker om seksuele gewaarwording te ervaren. De persoon probeert het des te meer te bereiken, maar het geeft steeds minder voldoening.

Mensen gebruiken verdovende middelen om ongewenste gewaarwordingen te voorkomen. Maar er zijn in het leven ook veel wenselijke gewaarwordingen. Verdovende middelen verhinderen alle gewaarwordingen, en dus ook de wenselijke.

Het enige goede dat je zou kunnen zeggen over verdovende middelen is dat ze ondraaglijke pijn (zeer ernstige fysieke of mentale pijn) een korte periode verlichten. Als iemand heel zwaargewond raakt, kunnen artsen de noodzakelijke reparatie uitvoeren. Maar het is onwaarschijnlijk dat iemand die zich bewust is van wat er om hem heen gebeurt en bekwaam is in wat hij doet, zichzelf zal verwonden. Iemand die verdovende middelen gebruikt, is zich niet bewust van zijn omgeving en zijn vaardigheid neemt enorm af. Verdovende middelen zorgen er dus voor dat iemand een grotere kans heeft om zichzelf te verwonden. En dan weerhouden ze hem ervan om het bewustzijn en de vaardigheid die hem veilig moeten houden terug te krijgen.

Iedereen heeft de keuze tussen zich dood voelen mét verdovende middelen en zich levend voelen zónder verdovende middelen. Verdovende middelen beroven het leven van gewaarwordingen en vreugde, die de enige reden zijn waarom men leeft.

OPMERKING: Om door te gaan, moet je alle voorgaande stappen van deze cursus voltooien. Je laatste onvolledige stap is
OPMERKING: Je had een aantal antwoorden die niet juist waren. Lees om verder te gaan het artikel opnieuw en test dan opnieuw je begrip ervan.